laiton
Uiterlijk
- van Oudfrans laton, een leenwoord van Arabisch lāṭūn "koper", wat weer geleend was van Turks altun "goud; koper (sommige dialecten)", vgl. ook 9de-eeuws middeleeuws Latijn allaton [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| laiton | le laiton | laitons | les laitons |
laiton m
- ↑ laiton (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.