lagele

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Middelnederlands

Zelfstandig naamwoord

lagele v, m, o

  1. kruik, fles, zak
    • Die laghele braken si met ghewelt. 
Schrijfwijzen
  • laghele, laghel, leghel, legele