lachlust

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lach·lust
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lachlust lachlusten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

lachlust m

  1. neiging of zin om te lachen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

78 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be