laai

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • laai
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord laai laaien
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

laai v / m [2]

  1. (verouderd) vlam
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
laaien

laai

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van laaien
    • Ik laai. 
  2. gebiedende wijs van laaien
    • Laai! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van laaien
    • Laai je? 

Gangbaarheid

35 % van de Nederlanders;
42 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen