laaghartig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • laag·har·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen laaghartig laaghartiger laaghartigst
verbogen laaghartige laaghartigere laaghartigste
partitief laaghartigs laaghartigers -

Bijvoeglijk naamwoord

laaghartig

  1. een slecht karakter hebbend
    • De laaghartige moordenaar had ook de baby op een wrede wijze vermoord. 
Synoniemen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.