lämpades
Uiterlijk
- läm·pa·des
| Naar frequentie | 160624 |
|---|
lämpades
lämpades
lämpades
- verleden tijd aantonende wijs lijdende vorm van lämpa
låt oss lämpades
- eerste persoon meervoud gebiedende wijs van lämpa
må lämpades
- tegenwoordige tijd aanvoegende wijs bedrijvende vorm van lämpa
skall lämpades
- toekomende tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van lämpa
skulle lämpades
- tegenwoordige tijd voorwaardelijke wijs bedrijvende vorm van lämpa
skulle lämpades
- verleden tijd aanvoegende wijs bedrijvende vorm van lämpa