kynologie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

kynoloog in actie
Uitspraak
Woordafbreking
  • ky·no·lo·gie
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans afgeleid van het Grieks met het achtervoegsel -logie [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord kynologie
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kynologie v

  1. (dierkunde) de leer van (ras)honden, het is geen erkende wetenschappelijke discipline
    • De Twentse Kynologen Vereniging (TKV) houdt zondag 22 juni een dag die in het teken staat van hondensport en kynologie. Op het terrein aan de Leppeweg 196, achter Het Rutbeek, worden onder meer rashondenkeuringen gehouden voor honden tussen de drie en zes maanden. Ook staan er keuringen op het programma voor rasloze honden en viervoeters zonder stamboom.[2] 
    • N-VA-Kamerlid Minneke De Ridder heeft een wetsvoorstel klaar rond het invoeren van een verplichte hondenhoudersvergunning. Wie een hond in huis wil halen, moet eerst een cursus kynologie volgen. Dat berichten Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg woensdag.[3]  

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
58 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. kynologie op website: Etymologiebank.nl
  2. Tubantia 12-06-2008
  3. De Standaard 25/04/2012 door dgs