kwistenbiebel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwis·ten·bie·bel
enkelvoud meervoud
naamwoord kwistenbiebel kwistenbiebels
verkleinwoord kwistenbiebeltje
kwistenbiebelke
kwistenbiebeltjes
kwistenbiebelkes

Zelfstandig naamwoord

kwistenbiebel m

  1. een merkwaardig, dwaas persoon
    • Een of andere kwistenbiebel heeft de tuinkabouter ondersteboven in het bloemperk gezet. 
Schrijfwijzen
Citaten

In Suske & Wiske strip w:De kaartendans (1962), p49:

Lambik: In mijn geestige droom kom ik daar een klaveren aas tegen en die kwistenbiebel zegt...
Jerom: Ziet er anders goed wakker uit!

Gangbaarheid