kwezel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
[3]. Devotieprent (collectie Universiteit Antwerpen op Wikipedia (nl))

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwe·zel
Woordherkomst en -opbouw
  • [1] bij uitbreiding uit de betekenis "overdreven vroom iemand"
  • [2] bij uitbreiding uit de betekenis "vrouw die een gelofte van kuisheid heeft gedaan", in de betekenis van "overdreven vroom iemand" voor het eerst aangetroffen in 1632 [1]
  • [3] van  kwezelen ww  "kleinigheden doen", vergelijk Middelnederlands queteren "over onbenullige dingen praten", in de betekenis van "vrouw die gelofte van kuisheid heeft gedaan" voor het eerst aangetroffen in 1625 [2][3]
enkelvoud meervoud
naamwoord kwezel kwezels
verkleinwoord kwezeltje kwezeltjes

Zelfstandig naamwoord

kwezel v

  1. (pejoratief) iemand die zo sterk meeloopt in een bepaalde opvatting dat hij sommige dingen niet kan begrijpen
    • Hij verwoestte alle natuurlijke geluksgevoel. Hij verpandde zich aan Bismarck. Hij verried zichzelf. Hij werd een burgerlijke kwezel na op de barricaden ener goede revolutie te hebben gevochten. [4]
  2. (pejoratief) overdreven vroom persoon
    • In beide romans spelen ongetrouwde vrouwen, gebarricadeerde maagden, en godvrezende kwezels een hoofdrol. [5]
  3. (religie) (rooms-katholiek) (verouderd) vrouw die een gelofte van kuisheid heeft gedaan, maar niet tot een religieuze orde behoort
    • Zeg Kwezelken, wilde gy dansen!
      Ik zal u geven een ei.
      Wel neen ik, zeî dat Kwezelken,
      Van dansen ben ik vry;
      'k En kan niet dansen,
      'k En mag niet dansen,
      Dansen is onze regel niet,
      Begyntjes of Kwezelkens dansen niet.
       [6]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [2] geen groter ezel dan een kwezel
    mensen handelen vaak onverstandig uit overdreven vroomheid
Vertalingen

Verwijzingen

Werkwoord

vervoeging van
kwezelen

kwezel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kwezelen
    • Ik kwezel. 
  2. gebiedende wijs van kwezelen
    • Kwezel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kwezelen
    • Kwezel je? 

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie