kwetsen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwet·sen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘beschadigen, bezeren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kwetsen
kwetste
gekwetst
zwak -t volledig

Werkwoord

kwetsen

  1. beschadigen, schaden
    • De tocht over de hobbelige keien kwetste de geplukte bosbessen die we achter in de auto hadden liggen. 
  2. beledigen, schofferen
    • Hij voelde zich erg gekwetst door die opmerking. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

kwetsen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kwets

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen