kweker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwe·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kweker kwekers
verkleinwoord kwekertje kwekertjes

Zelfstandig naamwoord

kweker m

  1. (beroep) iemand die zich toelegt op het kweken
    • Wat is belangrijk voor een kweker van papegaaien. 
     De deelnemers krijgen de gladiolen traditiegetrouw van het publiek aangeboden op de laatste dag van het wandelevenement. Met hun armen vol bloemen lopen ze de stad in over de Sint Annastraat, die dan voor even Via Gladiola heet. Dit jaar dus niet. "Dat is toch wel even balen, om het zo maar te zeggen", zegt kweker Theo Theunissen tegen Omroep Gelderland.[1]
  2. een toestel dat het kweken van iets vergemakkelijkt
    • Deze kweker is ideaal om thuis zelf grote hoeveelheden tarwegras te kweken. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Kweker heeft 300.000 gladiolen over door afgelasting Vierdaagse” (2 juni 2020), NOS
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be