kweker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwe·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kweker kwekers
verkleinwoord kwekertje kwekertjes

Zelfstandig naamwoord

kweker m

  1. (beroep) iemand die zich toelegt op het kweken
    • Wat is belangrijk voor een kweker van papegaaien. 
  2. een toestel dat het kweken van iets vergemakkelijkt
    • Deze kweker is ideaal om thuis zelf grote hoeveelheden tarwegras te kweken. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.