kwartje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwart·je
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘een vierde gulden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1646 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord kwartje kwartjes

Zelfstandig naamwoord

kwartje o dim. tant.

  1. (numismatiek) oud muntstuk ter waarde van f 0,25

Zelfstandig naamwoord

kwartje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kwart

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen