Naar inhoud springen

kwade

Uit WikiWoordenboek
  • kwa·de

kwade

  1. verbogen vorm van de stellende trap van kwaad
     En bij degenen die net als hij waren, zonen van vaders met dorpsslagerijen die ze op een kwade dag - de sterfdag van de vader - zouden overnemen, hield hij zichzelf voor dat het kwam doordat ze flinke afstanden moesten afleggen, met de bus of de brommer of de fiets, zodat ze weinig tijd overhielden om vriendschappen te onderhouden.[1]
enkelvoud meervoud
naamwoord kwade 2. kwaden
verkleinwoord - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als onzijdig zelfstandig naamwoord.

hetkwadeo

  1. geen meervoud iets dat alles wat slecht en boosaardig is vertegenwoordigt
     Wat zij echter totaal miskent is dat het ethisch goede in zijn maatschappelijke bemiddelingen altijd onontkoombaar de nachtzijde van het kwade in de vorm van het structurele geweld voortbrengt.[2]
     Het kwade lag steeds in de eigen samenleving waarover apocalyptische voorstellingen over onrecht, ongelijkheid, onderdrukking en uitsluiting ontwikkeld werden, het goede werd elders gezocht en gevonden.[2]

dekwadev/m

  1. (persoon) iemand die slecht en boosaardig is
  2.  Ze heeft twee medestudentes die haar bijzonder interesseren, een goede en een kwade. De goede is van eenvoudige komaf, levenslustig en kameraadschappelijk, de kwade is van rijke huize, is blasé en hooghartig.[3]
  3. geen meervoud (eufemisme) verpersoonlijking van wat slecht en boosaardig is, als tegenspeler van God
  4.  Integendeel, want zelfs de verachtelijkheid der verleiding prikkelt haar verleidingskracht en het is met een schrei van walgende onmacht dat de man zich na zijn zwakke tegenweer stort in de hete maalstroom der geneugten waardoor de vrouw het werktuig van de kwade is.[4]

kwade

  1. datief van  kwaad zn 
  2.  ‘Ik heb nooit iets ‘nuttigs’ gedaan. Geen ontdekking van mij heeft ooit, direct of indirect, ten goede of ten kwade, het minste verschil gemaakt, of zal dat maken, voor het welzijn van de wereld.’[5]
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[6]
  1. Manik Sarkar
    “Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
  2. 1 2
    Hans Achterhuis
    “De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9026315244
  3. Bronlink geraadpleegd op 10 augustus 2026 Weblink bron
    Toine Moerbeek
    Vrouwenkitsch I in: Tirade., 347 jrg. 37 nr. 4 (juli/augustus 1993), G.A. van Oorschot, Amsterdam, p. 339
  4. Bronlink geraadpleegd op 10 augustus 2026 Weblink bron Charles Baudelaire (september 1915) in:
    P.N. van Eyck
    Verzameld werk. Deel 3. (1959), G.A. van Oorschot, Amsterdam, p. 632
  5. Bronlink geraadpleegd op 10 augustus 2026 Weblink bron
    G.H. Hardy geciteerd door Robbert Dijkgraaf
    “De vloek van de toepassing” (2 oktober 2010) op nrc.nl op Wikipedia
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be