kuipstoel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

kuipstoel
Uitspraak
Woordafbreking
  • kuip·stoel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kuipstoel kuipstoelen
verkleinwoord kuipstoeltje kuipstoeltjes

Zelfstandig naamwoord

kuipstoel m

  1. (meubel) een stoel waarvan de rugleuning en de armleuningen samen een kommetje vormen
    • De moderne kuipstoel heeft een bolvormige achterzijde. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.