kudde
Uiterlijk

- kud·de
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kudde | kuddes kudden |
| verkleinwoord | kuddetje | kuddetjes |
- een groep samenlevende (zoog)dieren
- Runderen leven in een kudde.
- ▸ Wat je ziet is een kudde wilde paarden die allemaal een andere kant op willen rennen.[3]
- ▸ De drie zusjes en ik hebben daarstraks het traject waarlangs de kudde naar beneden denderde minutieus onderzocht en we vonden nergens een verdachte bobbel die leek op een mensenlichaam.[4]
- ▸ Mijn binnenste is als een poel waar net een kudde koeien doorheen is gebanjerd.[4]
- een kudde schapen
1. een groep samenlevende (zoog)dieren
- Het woord kudde staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kudde" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "kudde" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ kudde op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
- 1 2 “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be