kruisvormig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kruis·vor·mig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kruisvormig kruisvormiger kruisvormigst
verbogen kruisvormige kruisvormigere kruisvormigste
partitief kruisvormigs kruisvormigers -

Bijvoeglijk naamwoord

kruisvormig

  1. de vorm van een kruis hebbend
    • Vanaf de grond zie je dat niet zo, maar vanuit de lucht is deze boomgroep kruisvormig. 
Vertalingen

Gangbaarheid