kruispunt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kruis·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kruispunt kruispunten
verkleinwoord kruispuntje kruispuntjes

Zelfstandig naamwoord

kruispunt o

  1. een plaats waar twee of meer wegen elkaar kruisen, kruising, wegkruising
    • Als u bij een kruispunt komt, slaat u links af en volgt u de borden. 
  2. (figuurlijk) een ogenblik waarop een belangrijke beslissing moet genomen worden, cruciaal moment
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie