kruispunt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kruis·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kruispunt kruispunten
verkleinwoord kruispuntje kruispuntjes

Zelfstandig naamwoord

kruispunt o

  1. een plaats waar twee of meer wegen elkaar kruisen, kruising, wegkruising
    • Als u bij een kruispunt komt, slaat u links af en volgt u de borden. 
     'Op drukke dagen hadden we hier enorme files. Er stond zelfs een gendarme op een rond podiumpje het verkeer te regelen', zegt ze, wijzend op een totaal verlaten kruispunt. Velen hebben zowaar heimwee naar die legendarische files van volgepakte auto's die zich door smalle dorpsstraten wurmden.[1]
  2. (figuurlijk) een ogenblik waarop een belangrijke beslissing moet genomen worden, cruciaal moment
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be