kruisje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kruis·je

Zelfstandig naamwoord

kruisje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kruis

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.