kruidtuin

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

kruidtuin
Uitspraak
Woordafbreking
  • kruid·tuin
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kruidtuin kruidtuinen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kruidtuin m [2]

  1. tuin of deel van een tuin waarin men verschillende planten houdt
    • Hoewel het Museum Zoologicum Bogoriense niet het oudste museum in Zuidoost-Azië is - het Sarawak Museum werd al in 1891 opgericht door Rayah Sir Charles Brooke II - heeft het een lange geschiedenis. De 's Lands Plantentuin te Buitenzorg (Bogor) werd in 1817 gesticht door C.G.C. Reinwardt als een eenvoudige kruidtuin, maar kreeg zijn wetenschappelijke functie onder de leiding van Melchior Treub in de jaren 1880 tot 1910. [3] 
    • Parken in de winter zijn kaal, behalve in Mechelen. Ieder jaar nodigt het stadsbestuur een kunstenaar uit zijn of haar werk in de stedelijke kruidentuin te plaatsen. Rik Poot plantte er tijdelijk mooie bronzen beelden. Behalve de beelden in de kruidentuin is Mechelen de moeite waard voor een aangename wandeling door het historische centrum van de stad. Rik Poot, stedelijke kruidtuin, Pitzemburgstraat 8, Mechelen. T/m 31 maart, dag 8-20u [4] 
    • Plantentuinen zijn botanische tuinen, bomentuinen, heemtuinen, rozentuinen, tuinen waar de natuurliefhebber kan kennismaken met planten. Veertig worden er in dit boek beschreven, van het Rosarium te Winschoten tot en met de Kruidtuin van de stad Leuven. [5] 
Synoniemen

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen