krozen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kro·zen

Zelfstandig naamwoord

krozen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kroos

Gangbaarheid

26 % van de Nederlanders;
22 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be