krop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krop
enkelvoud meervoud
naamwoord krop kroppen [1,2]
verkleinwoord kropje [1,2] kropjes [1,2]

Zelfstandig naamwoord

krop m

  1. ronde dichte opeenstapeling van bladeren
    Heb je nog een krop sla voor me?
  2. keelzak.
    Duiven kunnen voedsel vervoeren in hun krop.
  3. (medisch) aandoening van de schildklier
  4. o bepaald soort meel: ongezeefd (ongebuild) tarwemeel met zemelen
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
kroppen

krop

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kroppen
    Ik krop.
  2. gebiedende wijs van kroppen
    Krop!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kroppen
    Krop je?