kronisk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • kro·nisk
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Griekse woord khronos (tijd) met het achtervoegsel -isk.

Bijvoeglijk naamwoord

kronisk

  1. aanhoudend, chronisch, voortdurend
    «Jeg har ikke kredittkort fordi jeg er kronisk blakk.»
    Ik heb geen creditcard omdat ik voortdurend blut ben.
  2. (medisch) chronisch, persistent
    «En kronisk sykdom kan være for eksempel ryggproblemer og senebetennelse.»
    Rugproblemen en een peesontsteking kunnen bijvoorbeeld chronische ziektes zijn.
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud kronisk mer kronisk mest kronisk
o enkelvoud kronisk
meervoud kroniske
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
kroniske mer kronisk mest kroniske
Antoniemen
Afgeleide begrippen
  • kronisk obstruktiv lungesykdom


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • kro·nisk
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Griekse woord khronos (tijd) met het achtervoegsel -isk.

Bijvoeglijk naamwoord

kronisk

  1. aanhoudend, chronisch, voortdurend
  2. (medisch) chronisch, persistent
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud kronisk meir kronisk mest kronisk
o enkelvoud kronisk
meervoud kroniske
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
kroniske meir kronisk mest kroniske
Antoniemen