krommenaas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krom·men·aas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord krommenaas krommenazen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

krommenaas m

  1. van krommenaas: doen alsof je niets gezien of gehoord hebt
     Hebben de twee het op een financieel akkoord gegooid opdat ‘Vino’ de koers kon winnen? Zoals zo vaak in de koers wordt er veel vermoed en gesuggereerd, maar bewijzen blijven uit. En de twee koersvrienden? Die gebaren van krommenaas. De beste heeft, zoals altijd, gewonnen. Toch?[1]
     Net op het moment dat Roeselare KVM in de omknelling had, kwam het aan de overkant goed weg. Semedo beging duidelijk handspel in de zestien, maar ref Vanbecelaere gebaarde van krommenaas. Tot groot protest van de bezoekers. Dufour schoot vanuit een scherpe hoek een laatste kans op Verrips.[2]
     Lucumi was het slachtoffer, maar ref Laforge gebaarde van krommenaas.[3]
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Pieter Huyberechts “Vinokoerov en Kolobnev gaan vrijuit voor ‘verkochte’ Luik-Bastenaken-Luik” (05/11/2019), De Standaard
  2. Bronlink Weblink bron ydb “KV Mechelen blijft op gelijkspel steken bij Roeselare” (23/11/2018), De Standaard
  3. Bronlink Weblink bron rahe, rs “Enthousiast Genk ook zonder Pozuelo te sterk voor Anderlecht: 3-0 en perfecte start in Play-off 1” (30/03/2019), De Standaard