kromliggen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krom·lig·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kromliggen
lag krom
kromgelegen
klasse 5 volledig

Werkwoord

kromliggen

  1. inergatief allerlei gebrek en ongerief voor lief nemen, gewoonlijk om een ander financieel te steunen
    • De hele familie heeft kromgelegen om zoonlief te laten studeren en nu flikt hij dit! 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.