kritiekloosheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kri·tiek·loos·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kritiekloosheid kritiekloosheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kritiekloosheid v

  1. het kritiekloos zijn

Gangbaarheid