kringloopwinkel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. Binnen een kringloopwinkel in Breda.
Uitspraak
Woordafbreking
  • kring·loop·win·kel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kringloopwinkel kringloopwinkels
verkleinwoord kringloopwinkeltje kringloopwinkeltjes

Zelfstandig naamwoord

kringloopwinkel m

  1. (handel) (economie) winkel die geen geld betaald voor de inkoop en een geringe vergoeding vraagt bij de verkoop van goederen
    • In een tweedehandswinkel wordt geld betaald aan degene die goederen inbrengt ter verkoop, dat is bij een kringloopwinkel niet het geval. 
    • Een kringloopwinkel heeft meestal een idealistische grondslag zowel wat betreft de armoedebestrijding als wat betreft de milieubescherming. Tevens worden ze vaak gebruikt als werkverschaffingsproject. 
    • Ik loop langs de kringloopwinkel, waar ze niet meer door de bakken graast op zoek naar koopjes. [1]
    • Om een bijdrage te leveren aan de afvalproblematiek in ons land is in Twente het plan ontstaan een zg. kringloopwinkel te introduceren. [2]
Verwante begrippen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen