krielhaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

krielhaan
Uitspraak
Woordafbreking
  • kriel·haan
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord krielhaan krielhanen
verkleinwoord krielhaantje krielhaantjes

Zelfstandig naamwoord

krielhaan m

  1. haan van kleine hoendersoort
    • Een Twentse krielhaan van Tobi Brinkman uit Goor kraaide zondagmorgen 55 keer en won daardoor de jaarlijkse wedstrijd in Neede. De winnaar van 2014, Harry van Ulden, eindigde ditmaal als tweede. Zijn Twentse krielhaan liet zich 49 keer horen. De derde stek was voor een Hollandse krielhaan van Jan Krooshof uit Neede, die 42 keer kraaide. [1] 
    • Hoe kan Schiphol ongestoord zijn gang gaan terwijl de Amsterdamse horeca aangepakt gaat worden voor buitenlawaai? Wat heet horeca, overlast door drie kraaiende krielhanen kan reeds onrechtmatig zijn, zo blijkt uit een recente rechtszaak. [2] 
    • Met Van Erk eten Fortuyn en Langendam in Boswachter Liesbosch in de bossen bij Breda. Er scharrelen krielhanen op het erf. "Hebben jullie oesters?", vraagt Fortuyn zodra de ober een Zuid-Afrikaanse witte Chardonnay heeft ingeschonken. [3] 
  2. (figuurlijk) klein persoon
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Tubantia 19 oktober 2015 Haan van Gorenaar Brinkman kraait 55 keer en wint in Neede
  2. NRC F. Kuitenbrouwer 8 januari 1994 Schiphol:'Gewoon, bam, over die stad'
  3. NRC M. de Galan & J. Chorus 27 juli 2002 Wie betaalt, bepaalt
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be