kriebel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krie·bel
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling van
enkelvoud meervoud
naamwoord kriebel kriebels
verkleinwoord kriebeltje kriebeltjes

Zelfstandig naamwoord

kriebel m

  1. Een ongemak dat jeuk, hoest of irritatie veroorzaakt. Ook in de figuurlijke zin.
    Ik krijg de kriebels van hem

Werkwoord

vervoeging van
kriebelen

kriebel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kriebelen
    Ik kriebel.
  2. gebiedende wijs van kriebelen
    Kriebel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kriebelen
    Kriebel je?

Meer informatie