kribbetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krib·be·tje

Zelfstandig naamwoord

kribbetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kribbe
  2. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord krib

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.