Naar inhoud springen

krentenbrood

Uit WikiWoordenboek
Twentenaren houden Twentse gebruiken in ere in Rotterdam (Polygoonjournaal, 1 december 1948)
  • kren·ten·brood
enkelvoud meervoud
naamwoord krentenbrood krentenbroden
verkleinwoord krentenbroodje krentenbroodjes

hetkrentenbroodo

  1. (voeding) een brood waarbij een hoeveelheid krenten (soms ook rozijnen en sukade) wordt meegebakken
    • Ik haal het versgebakken paas-krentenbrood uit de oven. Mijn kleindochter van 10 kijkt goedkeurend toe. „Mag ik al een stukje?” vraagt ze. Nee, zeg ik, dat kan nog niet. Het brood moet eerst besterven. „Wat is dat, opa: besterven?” „Besterven is dat het tot rust moet komen en afkoelen.”[2] 
    • Al dertig jaar gaat Will op zaterdagochtend naar de bakker voor maanzaadgallen en krentenbrood, al dertig jaar maakt moeder Koopman ondertussen een pan soep, en als Will dan rond een uur of 10 binnenkomt, wisselen ze eerst hun waar uit, drinken ze daarna koffie met een snufje zout (Lenie: 'Dan krijgt-ie meer smaak') en nemen ze al doende de wereld door. [3]  
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Niek Urbanus 16 april 2015
  3. Volkskrant Eva Hoeke 24 juni 2017
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be