krawkraw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

krawkraw
Uitspraak
Woordafbreking
  • kraw·kraw
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Surinaams - Nederlands
enkelvoud meervoud
naamwoord krawkraw
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

krawkraw

  1. (vogels) Aramus guarauna op Wikispecies een bruine, hoogpotige zwampvogel die ‘zijn naam roept’ die zo groot is als een reiger
     Enige van de al behandelde Karibische namen die inmiddels uit het SN verdwenen zijn, werden overgenomen door het Sranan en zo opnieuw doorgegeven naar het SN: namoe werd anamoe (enige bodembewonende ‘boshoenders’ en zwampbewonende ‘rallen’), sawakoe werd sabakoe (voor enige soorten ‘reiger’) - deze twee dus met slechts een kleine verandering - en craauw werd krawkraw (de ‘kraanral’), een bruine, hoogpotige zwampvogel die ‘zijn naam roept’.[1]
Synoniemen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron J. van Donselaar “Gelebek en andere namen van vogels in het Surinaams-Nederlands - hun oorsprong en geschiedenis” (2000), OSO. Tijdschrift voor Surinaamse taalkunde, letterkunde en geschiedenis. Jaargang 19