krater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kra·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘mond van vulkaan’ voor het eerst aangetroffen in 1844 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord krater kraters
verkleinwoord kratertje kratertjes

Zelfstandig naamwoord

krater m

  1. een trechtervormige uitholling in de grond veroorzaakt door een inslag of een vulkanische explosie
    • Het oppervlak van de maan is gepokt en gemazeld met kraters veroorzaakt door de inslagen in haar lange geschiedenis. 
  2. (oudheid) een mengvat voor wijn en water uit het Oude Griekenland
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Turks

Woordafbreking
  • kra·ter
enkelvoud meervoud
nominatief   krater     kraterler  
genitief   kraterin     kraterlerin  
datief   kratere     kraterlere  
accusatief   krateri     kraterleri  
locatief   kraterde     kraterlerde  
ablatief   kraterden     kraterlerden  

Zelfstandig naamwoord

krater

  1. (geologie) vulkaankrater, krater
Synoniemen