krasser

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kras·ser
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord krasser krassers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

krasser m [1]

  1. (beroep) iemand die krast (lakenkrasser en wolkrasser)
  2. (insecten) Chorthippus parallelus Wikispecies-logo-en.png een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae), onderfamilie Gomphocerinae
Hyponiemen

Bijvoeglijk naamwoord

krasser

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van kras

Meer informatie

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal