krassen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken



Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kras·sen

Zelfstandig naamwoord

krassen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kras

Werkwoord

krassen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
krassen
kraste
gekrast
zwak -t volledig
  1. strepen of inkervingen maken
    De kleuter kraste maar wat met haar potlood in het schrift en de ouders dachten dat het mooie figuren waren.
  2. een raspend geluid maken
    Het kraai krast, je kunt dat geluid echt niet zingen noemen.