krampachtigers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kramp·ach·ti·gers

Bijvoeglijk naamwoord

krampachtigers

  1. partitief van de vergrotende trap van krampachtig
    • Dat is iets krampachtigers...