krammen
Uiterlijk
- kram·men
- ww: van Middelnederlands crammen ww , op te vatten als afgeleid van kram zn met het achtervoegsel -en [1] [2]
- zn: kram zn met de uitgang -en
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| krammen |
kramde |
gekramd |
| zwak -d | volledig | |
krammen
- overgankelijk vastmaken met behulp van metalen staafjes die aan beide uiteinden ombuigen tot een haakje dat in het te bevestigen materiaal wordt gestoken
- ▸ Bij honderden waren de mensen doende boten te bouwen en te herstellen, te krammen en te snoeren; er werden kabels van bast gedraaid en klampen gesmeed zelfs waar het ijzer schaarser was dan ooit.[3]
de krammen mv
- Het woord krammen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "krammen" herkend door:
| 81 % | van de Nederlanders; |
| 84 % | van de Vlamingen.[5] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ krammen op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Weblink bron “Het zwaard, de zee en het valse hart.” (1966), Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels / Commissie voor de Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, Amsterdam, p. 57 - ↑
Weblink bron Theo Toebosch“Groot middeleeuws zeil gevonden” (3 december 2015) op nrc.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -en in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 81 %
- Prevalentie Vlaanderen 84 %