koudjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koud·jes
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

koudjes

  1. met weinig emotie
    • Hierocles lachte koudjes, gelukkig om hun ijverzucht. Hij had in Emessa gezien den razend verlangenden hartstocht der verliefde Menigte, als de Hoogepriester van de Zon dànste voor den Zwarten Steen. [1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. (1905-1906)–Louis Couperus De berg van licht