kots

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Kots
Uitspraak
Woordafbreking
  • kots
enkelvoud meervoud
naamwoord kots -
verkleinwoord kotsje kotsjes

Zelfstandig naamwoord

kots m

  1. (informeel) braaksel
    • er moest na het feest veel kots worden opgedweild 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Werkwoord

vervoeging van
kotsen

kots

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kotsen
    • Ik kots. 
  2. gebiedende wijs van kotsen
    • Kots! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kotsen
    • Kots je?