kots

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Kots
Uitspraak
Woordafbreking
  • kots
enkelvoud meervoud
naamwoord kots -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kots m

  1. (informeel) braaksel
    er moest na het feest veel kots worden opgedweild
Afgeleide begrippen


Meer informatie


Werkwoord

vervoeging van
kotsen

kots

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kotsen
    Ik kots.
  2. gebiedende wijs van kotsen
    Kots!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kotsen
    Kots je?