kosteloosheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kos·te·loos·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kosteloosheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kosteloosheid v

  1. het kosteloos zijn
    • Spreken over de kosteloosheid van een product werkt niet in Nederand, je moet het wooord gratis, korting en aanbieding gebruiken, dan zal iedereen naar je luisteren. 
Synoniemen
  1. gratis

Gangbaarheid