kosteloos

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kos·te·loos
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling van kost met het achtervoegsel -loos met het invoegsel -e-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kosteloos kostelozer kosteloost
verbogen kosteloze kostelozere kostelooste
partitief kosteloos kostelozers -

Bijvoeglijk naamwoord

kosteloos

  1. zonder kosten
    • Als de kleren niet passen mag je ze kosteloos terugsturen naar de webwinkel. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.