kortvarige

Uit WikiWoordenboek

Deens

Woordafbreking
  • kort·va·ri·ge

Bijvoeglijk naamwoord

kortvarige, g / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van kortvarig

kortvarige, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van kortvarig