koppelt aan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kop·pelt aan
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
aankoppelen

koppelt (…) aan

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aankoppelen
    • Jij koppelt aan. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aankoppelen
    • Hij koppelt aan. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van aankoppelen
    • Koppelt aan! 

Gangbaarheid