koosjer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koo·sjer
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘ritueel toegestaan’ voor het eerst aangetroffen in 1765 [1]
  • Herkomst: Jiddisj: kasher - geschikt voor consumptie [2] [3]
stellend
onverbogen koosjer
verbogen koosjere
partitief koosjers

Bijvoeglijk naamwoord

koosjer [4] [5]

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) (voeding) ritueel geoorloofd, volgens joodse spijswetten (joodse godsdienstige voorschriften) bereid (dus voedsel zonder varkensvlees) en daarom geschikt voor consumptie
  2. 'in de haak'
    • volgens mij is dit zaakje niet helemaal koosjer 
    • Een jubileum waar niemand bij stil staat, verdient die naam misschien niet. Een herdenking met één deelnemer, dat klinkt niet koosjer. Toch grijp ik de gelegenheid, omdat het kinderboek dat precies 25 jaar geleden verscheen, met elke verhuizing mee mocht: Plinius Pinguïn (1990) van Boudewijn Büch (1948-2002), met tekeningen van Pauline Drost. [6] 
Schrijfwijzen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen