koortsachtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koorts·ach·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen koortsachtig koortsachtiger koortsachtigst
verbogen koortsachtige koortsachtigere koortsachtigste
partitief koortsachtigs koortsachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

koortsachtig

  1. alsof je koorts hebt, heel druk
    • In de koortsachtige drukte gingen er meer dingen kapot dan in meer rustige omstandigheden. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.