koolzwart

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kool·zwart
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen koolzwart (koolzwarter) * (koolzwartst) *
verbogen koolzwarte (koolzwartere) * (koolzwartste) *
partitief koolzwarts (koolzwarters) * -

Bijvoeglijk naamwoord

koolzwart

  1. (kleur) diepzwart, als de kleur van houtskool
    • ‘Wat een gewetensvraag... en dat van een dominee... val ik op zwart, nou zo'n koolzwart meisje, mooi is het zeker.’ [3]
  2. (figuurlijk) aanleiding gevend tot groot verdriet, angst of afkeer
    • Zondaar: het is een koolzwart woord. [4]
Opmerkingen
  • Strikt letterlijk genomen is alleen de stellende trap mogelijk. De gevoelsmatige betekenis "heel zwart", waarin kool- meer als een versterker van de betekenis wordt opgevat leidt ertoe dat de vergrotende en overtreffende trap toch voorkomen.
Synoniemen
enkelvoud meervoud
naamwoord koolzwart -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

koolzwart o

  1. zeer donkere verfstof gemaakt uit resten van onvolledig verbrand hout of turf
    • Het gebruik van koolzwart is verboden, omdat er geen methoden bestaan om vast te stellen of er wellicht kankerverwekkende stoffen in voorkomen. [5]
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen