koolpot

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kool·pot
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord koolpot koolpotten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

koolpot m [2]

  1. (huishouden) fornuis dat men stookt met houtskool
  2. (huishouden) ijzeren pot waarin men houtskool stookt om er bovenop te kunnen koken

Gangbaarheid

61 % van de Nederlanders;
60 % van de Vlamingen.[3]


Verwijzingen