kookwas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kook·was
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kookwas kookwassen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kookwas m

  1. schoonmaakproces van textiel waarbij men water van 90-100oC gebruikt
    • Een van de objecten is de wasmachine. Vroeger was maandag de wasdag bij uitstek. Met behulp van een zinken wasbord werd de vuile was schoongeschrobd. Een tijdrovend klusje. Linnengoed ging in de zogenoemde kookwas. In een ketel op het vuur moest de vuile kleding schoonkoken. [1] 
    • Maar u heeft gelijk, wij hadden dat groene gedoe niet in onze tijd! Babyluiers gingen in de kookwas, omdat wegwerpluiers niet bestonden. Wij droogden kleren aan de waslijn en niet in een energieverslindende wasdroger. Wind- en zonne-energie droog - de ons wasgoed. Kinderen droegen de afdankertjes van broers en zussen en kregen niet meteen gloednieuwe kleren. [2] 

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad Lukas Kramer 30-07-2010 Honderd jaar huishouden: en nóg geen tijdwinst
  2. Tubantia Wim den Boer 19-01-17 Waarom er in onze tijd geen ‘groen gedoe’ was