koninkje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·nin·kje
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

koninkje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord koning
Hyponiemen