kondig aan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kon·dig aan

Werkwoord

vervoeging van
aankondigen

kondig aan

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aankondigen
    • Ik kondig aan. 
  2. gebiedende wijs van aankondigen
    • Kondig aan! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aankondigen
    • Kondig je aan?