konden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Oorspronkelijk de verleden tijd meervoud van connen, een uit de taal verdwenen nevenvorm van kunnen. In het Vroegnieuwnederlands werd konden de enige standaardvorm, in plaats van consten.[1]
Woordafbreking
  • kon·den

Werkwoord

vervoeging van
kunnen

konden

  1. meervoud verleden tijd van kunnen
    • Wij konden. 
    • Jullie konden. 
    • Zij konden. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. KUNNEN (IN STAAT ZIJN), etymologiebank.nl